Iedereen verslaafd

martin@btcoaching.nl
06 428 14 911
Afspraak maken

De invloed van sociale media op mentale gezondheid van jongeren


We weten het (bijna) allemaal. We zitten te veel op onze Smartphone, veel te veel. We kijken gemiddeld wel 2 tot 3 uur per dag naar het scherm van onze telefoon, wat gelijk staat aan 45 dagen non-stop ofwel dag en nacht Smartphone gebruik per jaar.


Geen zorgen ik ben geen felle tegenstander van sociale media of smartphone gebruik. Ik zit op Facebook, LinkedIn en Instagram en ben verslaafd aan een crypto app. Ik hou van Netflix en vind de YouTube Shorts leuk. TikTok heb ik verwijderd en ik probeer de socials zoveel mogelijk alleen zakelijk te gebruiken. Ik ben dus geen haar beter. Ik ben Martin Plaat en ook verslaafd!


Ik ben nu al maanden bezig om mijn Smartphone gebruik te limiteren tot 1,5 uur per dag. Dat lukt soms maar vaak zit ik nog op de 2 uur met uitschieters naar 2,5 of 3 uur. Dan baal ik van mij zelf en kan ik een wat somber en futloos gevoel krijgen. Daar ben ik zeker niet alleen in. Het is bekend dat langdurig en veelvuldig Smartphone gebruik kan leiden tot somberheid, gevoel van eenzaamheid en futloosheid. Andere mensen worden er juist weer opgefokt door en ervaren spanning.


Smartphone gebruik bij jongeren


Bij jongeren is dit niet veel anders dan bij de meeste volwassenen. Helaas ligt het gemiddelde gebruik van de Smartphone en Social media gemiddeld nog een stuk hoger dan het gemiddelde van alle mensen.


Nederlandse jongeren brengen gemiddeld ongeveer zes uur per dag door op hun mobiele telefoon, waarvan zo’n tweeënhalf uur op sociale media. Als je bij de categorie 6 uur of meer per dag hoort dan besteed je minimaal 91 dagen per jaar ofwel 25% of meer van al je levenstijd op je smartphone.


Jongeren (tot ongeveer 25 jaar) zijn meer gevoelig en beïnvloedbaar doordat hun hersenen nog niet tot volledige ontwikkeling zijn gekomen. Prikkels voor beloningen hebben een groter effect en hun emotie regulatie is nog niet volledig ontwikkeld. De kans op afhankelijkheid (verslaving) is hierdoor groter.  


Steeds meer onderzoek wordt gedaan naar de effecten van langdurig Smartphone en social media op jongeren. De uitkomsten hiervan zijn niet heel eenduidig maar laten stuk voor stuk zorgelijke ontwikkelingen zien.


Project AWeSome - Unicef


Recentelijk heeft Unicef onder de naam project AWeSome onderzoek gedaan naar het effect van sociale media op jongeren. Unicef stelt “Jongeren hebben het recht om online veilig en onbezorgd te kunnen spelen, vrienden te kunnen maken, te leren en te ontspannen. Om kinderrechten in de digitale wereld te waarborgen, is veel werk te doen”.


Uit het onderzoek naar het welzijn van jongeren in Nederland wordt betoogt dat digitale media zowel positieve als negatieve effecten kunnen hebben, afhankelijk van de context, de inhoud en het gebruik. Het onderzoek benoemt drie onderdelen van mentale en fysieke

gezondheid: psychologisch, sociaal en fysiek. 

Psychologisch welzijn verwijst naar de mate waarin jongeren tevreden zijn met hun leven, zich gelukkig voelen en zichzelf kunnen ontplooien.

Sociaal welzijn verwijst naar de mate waarin jongeren relaties kunnen opbouwen en onderhouden met anderen, zich verbonden voelen met de samenleving en participeren in sociale activiteiten.

Fysiek welzijn verwijst naar de mate waarin jongeren gezond zijn, voldoende bewegen en goed slapen.


Uit het onderzoek blijkt verder dat 80% naar eigen zeggen geen positieve of negatieve effecten ervaart van het gebruik sociale media. 10% geeft aan een positieve effect te ervaren en 10% geeft aan een negatief effect te ervaren. 10% staat ongeveer gelijk aan 100.000 jongeren. Uit het onderzoek blijkt ook dat er geen grote verschillen zijn tussen jongens en meisjes. Waar in het algemeen geldt dat onder meisjes het percentage met mentale problemen hoger ligt dan bij jongens is dat bij sociale media en smartphone gebruik niet het geval.


Aanbeveling voor de ouders


Een belangrijke taak van ouders is om hun kinderen zelfcontrole aan te leren, waardoor zij leren omgaan met verleidingen en risico’s in hun omgeving. Kinderen en jongeren moeten leren dat er normen en regels zijn waaraan ze zich dienen te houden. Maar voor jongeren valt de telefoon binnen hun persoonlijke domein, waartoe ook hun vrienden en hun kleding behoren. En juist in dat domein accepteren jongeren moeilijk autoriteit en inmenging van ouders.


Juist voor kwesties die binnen het persoonlijke domein van jongeren vallen, is het stellen van duidelijke en consistent gehandhaafde regels van cruciaal belang. Geen telefoon tijdens het eten, niet tijdens persoonlijke gesprekken, en geen telefoon mee naar bed. Ook is het belangrijk afspraken over telefoon- en sociale mediagebruik in een zo vroeg mogelijk stadium te maken, bijvoorbeeld voordat de eerste telefoon het huis in komt. Door consistente handhaving van regels wordt het gedrag van kinderen en jongeren een tweede natuur, een gewoonte. Als regels daarentegen niet consistent gehandhaafd worden, kunnen jongeren oneindig blijven drammen of onderhandelen. En dan zijn hun snel ontwikkelde telefoongewoonten nog maar nauwelijks terug te draaien.


Conclusies


Het onderzoek concludeert dat digitale media geen eenduidig effect hebben op het welzijn van jongeren, maar dat het afhangt van hoe ze worden gebruikt en wat ze te bieden hebben. Het onderzoek pleit voor een kritische en bewuste omgang met digitale media, waarbij jongeren worden gestimuleerd om de kansen te benutten en de risico's te vermijden. Het onderzoek roept ook op tot meer onderzoek, onderwijs en beleid om het welzijn van jongeren in het digitale tijdperk te waarborgen.


Hoewel deze uitkomsten niet wereldschokkend zijn geeft het wel een duidelijke boodschap af. Bij verkeerd gebruik zijn de negatieve effecten groot. Er is meer voorlichting nodig over de negatieve effecten om het welzijn van jongeren te beschermen. Het feit dat sociale media en smartphone gebruik voldoende goede kanten hebben is ook exact het probleem. Er zijn altijd goede argumenten om het wel te doen. Net als sporten, er is niets mis met sporten maar ook aan sporten kun je verslaafd raken en je lichaam kwaad doen.


Het onderwijs en de overheid wordt vanuit diverse hoeken inmiddels gevraagd om te komen met duidelijke richtlijnen en voorlichting. De ouders wordt veelal geadviseerd duidelijke regels te stellen en aandacht te besteden in gesprekken met hun kinderen aan de potentiële gevaren.


Wij volgen verdere onderzoeken op de voet en richten ons als coaches op die jongeren die onderkennen dat ze een probleem hebben en hulp durven te zoeken. 


Bron: Essay-4-Schermgeluk-schermverdriet.pdf (unicef.nl)


Blogs - meest populair

door Better Together Coaching - Martin Plaat 19 december 2025
Waarom cijfers jongeren onder druk zetten Wat ouders en beleidsmakers moeten weten Gebaseerd op thema’s uit “Is het voor een cijfer” van Johannes Visser en actuele bevindingen uit het RIVM/Trimbos-onderzoek MMMS-2025 Wie zich verdiept in het onderwijs van vandaag, ziet steeds dezelfde vraag terugkomen in de hoofden van jongeren: Doe ik het goed genoeg? Niet “leer ik iets?” of “begrijp ik dit?”, maar: hoeveel punten levert dit op? Johannes Visser beschrijft in Is het voor een cijfer hoe de cijfercultuur diep is doorgedrongen in hoe jongeren leren, denken en zichzelf beoordelen. Cijfers zijn steeds minder een hulpmiddel en steeds vaker een maatstaf voor persoonlijke waarde. En dat heeft gevolgen – die veel verder reiken dan de lesstof. Wat Visser signaleert, sluit naadloos aan bij de bevindingen uit de Monitor Mentale gezondheid en Middelengebruik Studenten 2025 van Trimbos, RIVM en GGD GHOR. Uit dat grootschalige onderzoek blijkt dat jongeren en studenten massaal onder druk staan: 83% ervaart angst- of depressiegevoelens 53% veel stress 56% emotionele uitputting 60% eenzaamheid 25% gevoelens van levensmoeheid De rode draad die door beide verhalen loopt, is duidelijk: een prestatiedruk die structureel te hoog ligt en jongeren uitput. Hoe cijfers mentale druk opbouwen Visser laat zien hoe cijfers in het onderwijs functioneren als beoordelingssysteem dat steeds minder te maken heeft met leren en steeds meer met presteren. Dit heeft drie duidelijke effecten die we ook terugzien in de gezondheidscijfers van jongeren: Cijfers verhogen stress en faalangst Jongeren leren dat fouten maken gevaarlijk is. De angst voor een onvoldoende neemt het leerproces over. Trimbos/RIVM bevestigt dit: prestatiedruk is een van de sterkste voorspellers van stress, somberheid en slechte slaap. 3. Cijfers ondermijnen intrinsieke motivatie Wanneer het cijfer centraal staat, verdwijnt nieuwsgierigheid. Jongeren leren voor punten, niet voor ontwikkeling. Dit maakt ze vatbaarder voor uitputting, omdat leren voelt als moeten in plaats van willen. 4. Cijfers versterken sociale vergelijking Een punt lijkt objectief, maar wordt in de praktijk een statussymbool. Jongeren vergelijken zichzelf constant met anderen. Dat vergroot onzekerheid, perfectionisme en eenzaamheid. Voor studenten die later doorstromen naar hbo of wo, zijn dit precies de patronen die we terugzien in de mentale gezondheidsdata. Het begint vroeg – veel vroeger dan veel ouders of beleidsmakers denken. Waarom dit zo belangrijk is voor ouders en beleidsmakers De cijfers van Trimbos/RIVM laten zien dat mentale klachten zelden uit het niets komen. Ze bouwen zich op in een systeem dat jongeren voortdurend op waarde schat via prestaties. We zien dat leerlingen en studenten: slechter slapen door stress minder durven falen zich vaker terugtrekken meer middelen gebruiken als coping minder hulp zoeken doordat falen als persoonlijk tekort voelt Dat is niet alleen een individueel probleem, maar een systeemprobleem. En een systeemprobleem vraagt om een systeemaanpak. Wat ouders kunnen doen Ouders spelen een belangrijke rol in het doorbreken van cijferdruk. Jongeren floreren wanneer ze merken dat hun ontwikkeling, nieuwsgierigheid en inzet belangrijker zijn dan hun rapport. Praktische stappen: focus op groei, niet op de score bespreek het proces achter een opdracht benadruk dat fouten essentieel zijn voor leren wees alert op slaapproblemen, stress en terugtrekgedrag normaliseer dat niet alles op school meteen hoeft te lukken Hoe minder een jongere zichzelf als cijfer ziet, hoe meer ruimte er ontstaat voor motivatie en veerkracht. Wat beleidsmakers kunnen doen Beleid speelt een enorme rol in hoe onderwijs wordt georganiseerd en vormgegeven. De bevindingen van Visser en Trimbos/RIVM laten duidelijk zien dat er behoefte is aan: Minder focus op summatieve toetsing Geef scholen ruimte voor formatieve evaluatie, portfolio’s en gesprekken die ontwikkeling centraal zetten. 2. Meer aandacht voor welzijn Mentale gezondheid moet structureel onderdeel zijn van onderwijskwaliteit – geen extraatje. 3. Laagdrempelige preventieve ondersteuning Scholen en opleidingen hebben baat bij toegankelijke mentorgesprekken, welzijnsteams en veerkrachtprogramma’s. 4. Duidelijke kaders tegen prestatiedruk Voorbeelden: toetsplafonds, rustweken, minder normdruk vanuit inspectie en eindtermen. Wanneer systeemprikkels veranderen, verandert de mentale belasting van leerlingen en studenten mee. Dit raakt een generatie. We kunnen het samen keren De combinatie van inzichten uit Is het voor een cijfer en het MMMS-2025 onderzoek toont een duidelijke boodschap: het huidige puntensysteem legt een fundament voor stress, onzekerheid en uitputting die we later terugzien in het studentenleven. Door jongeren anders te beoordelen, anders te ondersteunen en anders naar prestaties te kijken, ontstaat ruimte voor gezonde ontwikkeling – in plaats van mentale overbelasting. De cijfers zijn zorgwekkend. De oplossingen zijn haalbaar. Het begint met andere keuzes, thuis én in beleid.
Jongeren mentale gezondheid. Wel of geen mentale gezondheid crisis onder Nederlandse jongeren?
door Better Together Coaching - Martin Plaat 6 december 2025
De afgelopen jaren buitelen de koppen over elkaar heen: “Geen sprake van mentale crisis onder jongeren” tegenover “Jongeren massaal uit balans”.
Meer posts